Staat u onverwacht voor bijzondere kosten en hebt u daarvoor geen geld opzij kunnen zetten? Is het onmogelijk de kosten ergens anders vergoed te krijgen, dan kunt u misschien bijzondere bijstand krijgen. Bijzondere bijstand vraagt u aan bij de gemeente.
(199,73 KB)Lees voor
(Bestanden met de extensie .pdf kunnen gelezen worden met bijvoorbeeld: Adobe Reader)
(112,5 KB)Lees voor
(Bestanden met de extensie .pdf kunnen gelezen worden met bijvoorbeeld: Adobe Reader)Bijzondere bijstand is bedoeld voor bijzondere kosten. Dat zijn extra, noodzakelijke kosten die u bijvoorbeeld moet maken door ziekte, een handicap of om een andere bijzondere redenen. Het moet gaan om kosten die u niet zelf, of uit een andere voorziening (zoals een verzekering of reservering) kunt betalen. De kosten kunnen eenmalig zijn, maar ook wekelijks of maandelijks terugkomen.
Voorbeelden van bijzondere kosten zijn aangepaste schoenen, dieetkosten, pedicurekosten, kosten door extra slijtage van kleding en beddengoed, extra stookkosten omdat u reuma hebt, maar ook bijvoorbeeld een maaltijdvoorziening als u niet zelf uw eten kunt klaarmaken.
De gemeente bekijkt per geval of u bijzondere bijstand krijgt en in welke vorm. Bij een aanvraag voor bijzondere bijstand wordt het volgende bekeken:
Vanaf 2012 is het begrip ‘gezin’ nieuw in de bijstand. Het inkomen en vermogen van uw hele gezin kan meetellen als u bijstand aanvraagt. Een gezin krijgt één gezinsuitkering.
U vormt een gezin als u in één huis woont met:
Ook als uw inkomen hoger is dan het minimuminkomen, kunt u soms bijzondere bijstand krijgen. Uw inkomen kan een uitkering zijn van de gemeente of van een andere instantie, een salaris of een pensioen. Is uw inkomen hoger dan de voor u geldende bijstandsnorm? Meestal moet u dan een deel van de kosten zelf betalen. Dit wordt ook wel ‘draagkracht’ genoemd. Draagkracht hangt af van de hoogte van uw inkomen en vermogen en dat van uw gezinsleden.
Ook houdt de gemeente rekening met uw vermogen en met het vermogen van uw gezinsleden, zoals spaargeld of een eigen huis. U hoeft niet eerst uw hele vermogen op te maken voordat u bijzondere bijstand kunt krijgen. Een bepaald minimum aan vermogen kan buiten beschouwing worden gelaten. Is uw behoefte aan bijzondere bijstand groter dan dat minimum, dan kunt u voor het meerdere bijzondere bijstand krijgen.
Bij de berekening van uw draagkracht kan de gemeente een drempelbedrag toepassen. Pas als uw behoefte aan bijzondere bijstand hoger is, kunt u het gedeelte boven het drempelbedrag als bijzondere bijstand krijgen. De gemeente mag afzien van het drempelbedrag. Hanteert de gemeente wel een drempelbedrag voor bijzondere bijstand, dan moet dat minstens 120 euro per 12 maanden zijn.
Hebt u een minimuminkomen, dan kunt u in eerste instantie terecht bij de Gemeentelijke Kredietbank voor een lening. Krijgt u daar geen lening, dan kan de gemeente besluiten u een lening te geven. De bijzondere bijstand bestaat soms uit een lening. Dit geldt meestal voor duurzame gebruiksgoederen met een lange levensduur, zoals koelkasten, bedden en vloerbedekking. Hoeveel u moet aflossen van de lening, hangt af van uw inkomen en de hoogte van uw bijstandsuitkering.
Twijfelt u of u in aanmerking komt voor bijzondere bijstand? Neem dan contact op met de gemeente. U weet dan precies wat in uw geval mogelijk is.
Vraag bijzondere bijstand aan vóórdat u de kosten maakt. Een aanvraag voor vergoeding wordt meestal afgewezen als de kosten gemaakt zijn voordat u de aanvraag indient.
Moet u voor langere tijd dezelfde kosten maken (bijvoorbeeld maandelijkse reiskosten voor een behandeling in het ziekenhuis), dan kunt u een aanvraag indienen voor al die kosten tegelijk.
Bewaar alle rekeningen en bonnen goed! U ontvangt alleen bijzondere bijstand als u kunt aantonen dat u de kosten daadwerkelijk hebt gemaakt.