Terug naar het overzicht

Archeologisch onderzoek naar veldkeien in de Burghtkerk afgerond

In januari 2020 werden in de Burghtkerk in Den Burg vijf grote veldkeien ontdekt. Deze ontdekking vormde de aanleiding voor een uitgebreid archeologisch onderzoek naar de functie van de keien en de geschiedenis van de kerk. Mogelijk zijn de keien gebruikt als fundering voor een klokkenstoel in de periode 900-1200.

In 1952 heeft de bekende archeoloog dr. Herre Halbertsma opgravingen verricht rond de kerk. Op basis van zijn graafwerk en de vondst van de veldkeien is geconstateerd dat de huidige kerk op een middeleeuwse terp is gebouwd, een ophoging van zo’n 2,5 meter. Het kan zijn dat deze terp is opgeworpen in de periode 810 tot 885 na Christus, toen Deense Noormannen een bedreiging vormden voor dit gebied.

De eerste kerk: van hout

Waarschijnlijk stond er in die tijd een bescheiden, houten kerk op de terp. Deze eerste kerk moet een stuk kleiner zijn geweest dan de huidige kerk van baksteen. De kerk was gewijd aan Sint Sixtus, de zesde bisschop (de paus) van Rome. Het zou kunnen dat de houten kerk zoden wanden had. Zoden werden in de middeleeuwen op Texel vaak gebruikt in huizen en hutkommen (een soort huisje in een kuil).

Een Fries heiligdom

Den Burg is ontstaan als een ringwalburg, een vroegmiddeleeuws verdedigingswerk. Waarschijnlijk werd de eerste houten kerk gebouwd toen ook de eerste ringwal van Den Burg werd gegraven. Mogelijk was deze plek vóór die tijd een ‘fanum’: een ‘Fries’ heiligdom of dingplaats. Het gebeurde vaker dat een nieuw heiligdom op een oud heiligdom werd geplaatst, van een vorige religie. Er zijn niet veel bronnen bewaard gebleven uit deze tijd maar het lijkt erop dat het christendom op het ‘Friese’ Texel niet erg enthousiast werd ontvangen.

Van hout naar tufsteen

De grote veldkeien liggen direct ten noorden van de huidige bakstenen toren in de kerk, in de buurt van het portaal. Tijdens de opgravingen in 1952 zijn op verschillende plekken alleen kleinere veldkeien gevonden. Deze kunnen zijn gebruikt voor de fundering van de houten kerk, maar ook voor de kerk die daarna kwam: van tufsteen. Tufsteen is een natuurlijk vulkanisch bouwmateriaal uit de Duitse Eifel. Na 1050 werd tufsteen veel gebruikt bij de kerkenbouw in Holland en Friesland. Uit de opgravingen blijkt dat de tufsteen kerk groter was dan de mogelijke eerste houten kerk maar kleiner dan de kerk van baksteen die er nu staat.

De kerktoren werd pas na 1175 aan de kerk toegevoegd. Uit de bestaande gegevens bleek dat de grote keien niet werden gebruikt voor de fundering van de kerktoren maar dat ze al veel eerder zijn geplaatst. Dat betekent dat ze vóór de bouw van de kerktoren een andere functie hadden.

Fundering van een klokkenstoel?

Kerken die geen toren hadden, hadden vaak een ‘klokkenstoel’: een stellage van dikke houten of ijzeren balken waarin een of meerdere klokken hingen. De klok luidde vooral op gedenkdagen en begrafenissen.
Het zou kunnen dat de grote keien de fundering vormden van een klokkenstoel in de kerk van Den Burg, in de periode 900-1200. Dit past in ieder geval bij de kerkelijke bouwtraditie in dit deel van de Noordzeekust. De grote veldkeien zijn onder de nieuwe vloer bewaard gebleven.

Meer weten?

Download het onderzoeksrapport ‘De Galm van Sint Sixtus’ op de website van Archeologie West-Friesland.